Snelle Creoolse Pindasoep

Gepubliceerd op 11 februari 2019 14:08

Pindasoep als voorgerecht  voor 4 personen

Plan

ingrediënten

  • 2 ons kipfilet voorkeur scharrel of bio
  • 1 volle El Creoolse Sorgh & Hoop marinade van Tante Joosje
  • 200 gram pindakaas
  • 1 El zoete ketjap, ketjap Manis
  • 1 liter water
  • 1 El bio groentebouillon (ik gebruik drinkbouillon)
  • 1 tl zwarte peper
  • 1 ons fijngesneden selderie
  • Optioneel: madame Jeanet peper fijngehakt
  • Optioneel: 2 EL geroosterde pinda’s (ongezouten)
  • Optioneel: 1 rijpe en 1 groene banaan of 1 zoete aardappel

Prep

voorbereiding

  • Snij de selderie fijn
  • schil de bananen en snij in plakjes van 1/2 cm
  • schil de zoete aardappel en snij in blokjes
  • Kook de kipfilet samen met 1 liter water, 1 EL Creoolse marinade, bouillonpoeder en zwarte peper en groene banaan of zoete aardappel (de rijpe banaan kook je de laatste 5 minuten pas mee!)
  • Indien het begint te koken zet je het vuur zo hoog dat het net niet kookt
  • Kook 10 minuten totdat de filet gaar is. Haal de kipfilet eruit en snij het in blokjes
  • Voeg de pindakaas toe en maak een egale bouillon.

 

Plezier

  • Voeg de kipfilet weer toe en verwarm de soep totdat het bijna kookt
  • Voeg de ketjap Manis toe
  • Proef de smaak van de bouillon en breng het op smaak met wat groentebouillon of zout.
  • Voeg de selderie en eventueel zoete banaan aan de bouillon toe
  • Optioneel: voeg madame Jeanet naar smaak toe óf serveer de peper er apart bij.
  • Strooi er voor het opdienen pinda's over

 

Psstt..

  • Natuurlijk kan je er een maaltijdsoep van maken, verdubbel de hoeveelheid en serveer eventueel met rijst
  • Lekker is een combinatie van kipfilet en gerookte kip
  • Maak de soep dunner door wat water toe te voegen en dikker door pindakaas of kokosmelk toe te voegen
  • je kan ook kippenbouten gebruiken.Gaar deze zonder banaan of zoete aardappel. Voeg deze pas toe als de bouten bijna gaar zijn!
  • Maak een vegetarische variant met zoete aardappel en groene en rijpe bakbanaan.

 

Jang Switie


«   »